Feedback aan de hele groep!

Veel docenten besteden uren aan het schrijven van feedback. Toch is de vraag gerechtvaardigd hoeveel studenten daar daadwerkelijk van leren. Sterker nog: misschien besteden we juist veel tijd aan een vorm van feedback die minder effectief is dan we denken. In dit blog deel ik drie lessen uit Responsive Teaching (Fletcher-Wood, 2018) die mijn kijk op feedback fundamenteel hebben veranderd. 

Goed om te weten…
Dit blog is beschreven vanuit de gedachte dat feedback:

  • Gericht moet zijn op leren in plaats van op presteren; de feedback moet de student niet alleen helpen om de huidige taak foutloos uit te voeren, maar meer nog om toekomstige taken foutloos uit te voeren.
  • Dat feedback effectief én tijdsefficiënt moet zijn.

Les 1: Zorg éérst voor een goed fundament 

Laat feedback nooit het startpunt zijn van leren, maar laat het erop volgen! Zorg ervoor dat je als docententeam:

  • een goed beeld hebt van de kwaliteit die je nastreeft in een vaardigheid of een product. Dit doe je door vóór aanvang van een onderwijseenheid de kwaliteit van meerdere uitgewerkte voorbeelden te vergelijken en op basis van verschillen en overeenkomsten te bespreken. Gebruik hiervoor producten die studenten het jaar ervoor hebben gemaakt;
  • de kwaliteit die je nastreeft deelt met studenten. Dit doe je door bij de start en gedurende de onderwijseenheid uitgewerkte voorbeelden van verschillend niveau te delen. Echter, alleen delen is niet voldoende! Studenten moeten met regelmaat actief opzoek gaan naar verschillen en overeenkomsten tussen die uitgewerkte voorbeelden;
  • kwalitatief goede lessen verzorgd, bijvoorbeeld door de Principes van Instructie te implementeren in je lessen. 

Voldoe je aan bovenstaande voorwaarden? Dan kan feedback als middel ingezet worden om studenten bij te sturen. Voordat ik beschrijf wat je wel moet doen, deel ik graag een les die niet voor de hand ligt: Vermijd uitgebreide individuele schriftelijke feedback als standaardaanpak.

Les 2: Vermijd uitgebreide individuele schriftelijke feedback als standaardaanpak.

Schriftelijke feedback is lang niet zo effectief als we denken, omdat het bij schriftelijke feedback vaak ontbreekt aan de instructie voor de student hoe het beter kan. Wordt deze instructie wel gegeven wordt deze dusdanig gecompliceerd en gedetailleerd dat de student er niet van profiteert (Shute, 2008). Daarnaast is het bij schriftelijke feedback niet mogelijk om als docent te monitoren of de student de feedback begrijpt, toepast en in kan zetten voor soortgelijke taken (Fletcher-Wood, 2018) en dat is wel nodig om te beoordelen of  feedback ook effectief is geweest.  Daarom probeer ik deze vorm van feedback alleen in te zetten wanneer daar een duidelijke meerwaarde voor is.

Wist-je-dat
Schriftelijke feedback vervult vaak meerdere functies tegelijk. We hopen dat studenten ervan leren, maar gebruiken feedback soms ook om onze beoordeling te onderbouwen richting studenten, collega’s of examencommissies. Dat maakt het lastig om kritisch te kijken naar de vraag of de feedback daadwerkelijk leerwinst oplevert.

De vraag is dus niet hoe we meer feedback kunnen geven, maar hoe we feedback kunnen organiseren die daadwerkelijk leidt tot leren.

Les 3: Zet in op groepsfeedback

Het is efficiënter en effectiever om met regelmaat groepsfeedback in te zetten! Voor mij één van de belangrijkste lessen uit het boek Responsive Teaching (Fletcher-Wood, 2018) en inmiddels met veel plezier ingezet in het onderwijs van Fontys. Mocht je dit ook willen proberen, dan is mijn aanbeveling om de volgen stappen te nemen.  

  • Laat studenten hun beroepsproducten inleveren, bijvoorbeeld via Canvas.
  • Scan als docent in een maximaal 30 minuten een aantal van deze beroepsproducten, met als doel dat je opzoek gaat naar veel gemaakte fouten, waarover studenten wél al les hebben gehad. Het is dus niet nodig om alle beroepsproducten te scannen. 
  • Komt een fout 3 maal of vaker voor in de verschillende beroepsproducten? Dan komt deze in aanmerking om mee te nemen in je voorbereiding van de aankomende les. 
  • Nu volgen een aantal stappen van de Principes van Instructie
    • Stap 1: Geef in je les focus aan, door expliciet aan te geven welke veelvoorkomende fout(en) je gaat bespreken en waarom je specifiek daarvoor kiest. 
    • Stap 2: Laat een goed en een minder goed voorbeeld zien en leg als docenten uit wat de verschillen zijn tussen deze twee voorbeelden.
    • Stap 3: Laat vervolgens alleen het minder goede voorbeeld zien en verbeter dit voorbeeld, waarbij je jouw gemaakte denkstappen hardop voorzegt. 
    • Stap 4: Laat een ander minder goed voorbeeld zien en geef studenten de tijd om dit voorbeeld om te vormen naar een voorbeeld waarin de fouten niet meer voorkomt. Controleer tijdens het uitwerken of studenten jouw groepsfeedback begrepen hebben en stuur bij waar nodig, maar ga niet te veel en te snel uitleggen. Gebruik woorden als ‘oke’, ‘yes’, ‘netjes’, ‘bekijk nogmaals het door mij besproken voorbeeld’. Daag studenten uit door ze te laten vertellen wat ze geleerd hebben met vragen als ‘wat heb je veranderd en waarom?’.
    • Stap 5: Geef studenten de tijd om de veel voorkomende fout in hun eigen werk te controleren en te verbeteren. Controleer dit tijdens de les, terwijl studenten dit aan het uitwerken zijn en stuur bij waar nodig.

Groepsfeedback vraagt om een andere manier van kijken naar feedback. Niet langer feedback als iets wat je achteraf aan individuele studenten geeft, maar als een integraal onderdeel van je onderwijs. Mijn ervaring is dat deze aanpak niet alleen minder tijd kost, maar vooral meer leerwinst oplevert.

Gebruikte literatuur

  • Fletcher-Wood, H. (2018). Responsive teaching: Cognitive science and formative assessment in practice. John Catt Educational.
  • Shute, V. J. (2008). Focus on formative feedback. Review of Educational Research, 78(1), 153–189.
Deel je liefde
martijnvangrootel
martijnvangrootel
Artikelen: 1

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *